vrijdag 12 april 2013

Myanmar (Burma)

Yangon. 13h45. Het is middag en ik ontsnap aan de hitte in een internetcafe. Het is hier dagelijks 38graden in de schaduw dus adviseert zelfs de overheid de mensen om niets te doen tussen 12 en 4 pm.
Ondertussen ben ik aan het einde van mijn reis beland en kijk ik uit naar mijn thuiskomst. Tegelijkertijd heb ik erg van Burma genoten en besef dat ik nog een hele waslijst te vertellen heb en dat ik thuis aangekomen veel zal missen van mijn trip.

Mijn laatste schrijven was vanuit Hspaw. Na een trektocht van twee dagen en vele aardbeienshakes (verse, wilde aardbeien, mmmmh) nam ik een nachtbus naar Inle lake. De zogenaamde aircobus was snikheet en de vrouw die naast me zat heeft de volle 10uur overgegeven. Gelukkig in een zakje. Samen met een duitser zocht ik 's ochtends overnachting in het nabijgelegen dorp Nuang Shwe en was erg blij te ontdekken dat een single room goedkoper was dan een kamer voor twee. Ik had zin in mijn eigen ruimte en ritme. Doch liet ik me overtuigen om meteen (om 7u in de ochtend) een fiets met hem te huren en rond te cruisen. Ik maakte hem duidelijk dat ik dringend eten nodig had of het zou geen fijne rit worden. Na een ontbijt van noedels langs de weg en een 3 in 1 koffiemix (Je vindt niet anders. Ingredienten: Suiker, melk, koffie, in die volgorde.) was mijn humeur wel beter maar de vermoeidheid nog steeds groot. We dwaalden wat rond en betaalden een boer om ons met onze fietsen op zijn gemotoriseerde kajak naar de overkant van het meer te brengen. Daar was er namelijk een pagodafestival aan de gang. Het bleek zoals gewoonlijk een tempel met eten, drinken en andere kraampjes errond, maar maakten gebruik van de gelegenheid om net als de locals wat te slapen onder de koele beschutting van de tempel. We zaten tussen de monikken en bergvolkeren met handdoeken op hun hoofd die allen lustig aan het eten en drinken waren.
Na deze stop was het echter nog steeds snikheet en onze fietsjes zonder versnellingen vergden veel inspanning. Ik was er dus meteen bij toen ik een lege pickuptruck zag passeren en we kregen vriendelijk een lift terug. De volgende dag stonden we op met de zon om een boottocht te maken op het hoogaangeprezen meer. We zagen de vissers op hun kajak, drijvende tuinen, een markt, wat tempels, een sigarenrolplek en een weverij. De hele trip was een typische toeristentoer maar het was oke. Nergens werden we gepusht dingen te kopen en het meer was prachtig in de ochtendzon. 8u later stonden we weer op het vaste land en bereidde me voor op een treinrit die me de volgende dag naar Kalaw zou brengen. 3uur treinen was perfect op de houten bankjes op de hobbelige rails. Na het genieten van de landschappen kwam ik aan in een bergdorpje waar ik weer eens met mijn gat in de boter viel. De plek waar ik wou overnachten had geen goedkope kamer vrij en stuurden me na lang overleg naar een huis om de hoek waar ik een kamer kreeg in een huis met drie bejaarde dames. Zalig. Niet alleen mocht ik het hele huis gebruiken, ook zag ik elke ochtend kleine monnikjes wachten in de gang tijdens hun dagelijkse ronde voor eten en aalmoezen en kreeg ik af en toe iets lekkers toegestopt door de dames in hun lange rokken. Ik wandelde wat rond, deed mijn was en genoot van de frisse lucht.
Van Kalaw bracht een nieuwe nachtrit me tot in Bagan. In Bagan bestaat het landschap uit woestijn en tempels. Zo'n duizend tempels en stupas zijn verspreid over het kurkdroge landschap en toen je met stomheid verbazen. De uitzichten vanop deze tempels over de uitgestrekte zandvlakten met 11de eeuwse bouwsels was zeker een hoogtepunt van mijn trip. Maar ook hier werd ik gevelt door de hitte. Na twee dagen op mijn fietsje door de zandpaden trappen en tempels opkruipen was ik doodop van de zon. Mijn prachtige bamboepet was niet genoeg protectie. de derde dag gaf ik forfait en mijn les was geleerd voor de komende bestemmingen: Neem Geregeld Pauzes! Deze laatste week heb ik dus belachelijk veel stops gemaakt in theehuizen en me verwent met zoete, sterke melkthee die hier op elke straathoek te verkrijgen is. Al dan niet met lekkers erbij. De hitte maakt het een noodzaak, maar tegelijk een goed excuus om het rustig aan te doen. Een theetje is trouwens 30cent (en slappe chinese thee is altijd gratis) en iets lekker ( al dan niet gefrituurd) erbij kost 10cent. Tleven is hier echt zwaar. Het lijkt hier een perfecte mix van Indische, Chinese en Thaise cultuur. Hoewel er natuurlijk politiek veel problemen zijn met de verschilende stammen en verschillende religies. Tijdens mijn verblijf in Burma heb ik gehoord van 2 dodelijke aanslagen van boeddhisten tegen moslims. Ook zijn er verscheidene staten waar je als toerist niet inkomt wegens meningsverschillen tussen de volkeren en de overheid. Ik weet niet exact wat er gaande is, hierin ga ik mij thuis verder verdiepen. Als toerist merk je welliswaar niets van de spanningen en word je haast constant verwend door de vriendelijke mensen en hun hulpzaamheid. En lekker eten.
Na Bagan ben ik dus wat stilgevallen. Ik bezocht in het zuiden de grootste 'reclining buddha' ter wereld. Hij is helaas nog niet af maar zeker een bezoek waard. Je kan namelijk "in de Buddha" waar ze bezig zijn zijn hele leven uit te beelden in sculpturen. Het werk gaat wel zodanig traag dat de meesten bedekt zijn onder een meter stof. Ik was er de enige blanke, alle andere toeristen waren van Myanmar dus mocht ik weer lekker veel op de foto met locals. Verder ging ik nog op een toer naar wat grotten en tempels enzo. Ik kan er niet veel interessants over kwijt maar het waren fijne dagen. We kregen in de tuktuk ook al een voorsmaakje van het waterfestival (Tinja) en kregen emmers water over ons heen gekieperd door kinderen aan de kant van de weg.
Verder reis ik nu met een bijzonder lege rugzak nadat ik de helft van mijn kleren weg moest gooien na een ongeluk op de bus met kookolie. Wie er in buddhas naam reist met liters gebruikte kookolie en denkt dat het een goed idee is om die tussen de andere bagage in de laadruimte van de bus te steken is me een waar raadsel. Gelukkig zat mijn propere was en de meeste van mijn andere spullen in plastiek dus kon ik deze bewaren. Mijn rugzak is uitgewassen maar moet thuis naar de droogkuis. Dagelijks ruik ik nog wel eens de vuile geur van frituurolie rondom me. Jakkes.
Enfin. Nu ben ik in Yangon, basicly de hoofdstad en duidelijk de meest moderne plek in het land. maar dat is zeer relatief. Ik bedoel: ik vond een supermarkt en in de cinema spelen ze GI Joe in 3D. En alle straten zijn geasfalteerd.
Momenteel wordt heel de stad voorbereid voor het waterfestival. Er zijn podia in heel de stad en watersproeiconstructies. Volgens de jongen van de hostel gaan we zelfs de straat niet op kunnen zonder een emmer over ons heen te krijgen, al dan niet met ijs. Het schijnt ook dat dit HET moment van het jaar is dat Myanmar crazy gaat. De anders zo beleefde mensen starten de dag met alcohol en leven zich deze ene week per jaar uit. Ik ben benieuwd!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen